dinsdag 22 september 2009

El tiempo vuela!

De tijd vliegt, inmiddels zit ik alweer bijna een maand op mijn stageplaats en heb ik al aardig wat hotspots van Nicaragua al gezien. Ook ben ik behoorlijk ingeburgerd wat betreft de warmte, cultuur en uiteraard mijn stage.

Mijn vorige blog sloot ik af met het bericht dat wij weer zouden gaan surfen en de landelijke feestdagen te beleven. Vrijdag 11 september na thuiskomst van mijn stage vertrokken Erik, Joost en ik naar Léon om daar de komende 5 dagen te genieten van al het moois wat die stad te bieden heeft. In de stromende regen (lees: een tropische regenbui) liepen we richting het busstation om daar als doorweekte dweilen een bus aan te houden. We moesten eerst naar Managua, wat ongeveer 40 minuten duurde. Vanuit Managua hebben we de bus naar Léon gepakt. Ook tijdens deze trip regende het nog hevig. Maargoed wij zaten veilig in een mooi Amerikaanse schoolbus. Tenminste, veilig... Terwijl het met bakken uit de lucht kwam reed de stampvolle bus toch nog met een goeie 120 km/h. Ook het inhalen in blinde bochten en dode heuvels, terwijl het inmiddels al pikdonker was, was geen probleem voor de chauffeur.

Een foto vanuit de bus naar Léon

Na een reis van ongeveer 3,5 uur stonden we midden in Léon. Uitgestorven, donker en nat. Van tevoren hadden we al een hostel uitgezocht via de reisgids. Door middel van het ideale stratensysteem in Léon hebben we ongeveer een half uurtje gelopen. Het hostel “BIG FOOT” was onze eindbestemming voor die avond.

Snel onze spullen gedropt en 3 bedden in een “dorm” geboekt. Een dorm is een slaapzaal met stapelbedden waar je met meerdere reizigers een kamer deelt. Voor mij de eerste keer, maar zeker niet de laatste. Mijn verwachtingen van een dorm waren niet zo optimistisch. Echter, na er een nacht in te hebben geslapen is dit gevoel volledig verdwenen. Voor $6 per nacht, inclusief alle faciliteiten die het hostel te bieden had (een zwembad, pooltafel, tv met films, hangmatten, een bar & restaurant, bordspellen en schone toiletten en douches) is dit zeker voor herhaling vatbaar. Ik herinner jullie nog even aan de varkensschuur voor $5 per nacht in San Juan. Een wereld van verschil!

Kortom, een aangename verrassing wat betreft ons verblijf voor de komende vijf dagen. De eerste dag hebben we gelijk de bus gepakt richting het strand om daar onze surf-skills weer bij te spijkeren. Niets was minder waar, we hebben hier hooguit een half uur in het water gelegen met ons surfboard. De golven waren slecht, er was veel stroming en bovendien waren er gigantisch veel rotsen. Na tweemaal in aanraking gekomen te zijn met een rots hebben we besloten om te stoppen met surfen. De rest van de dag hebben we lekker uitgerust en wat gezwommen. Na een fameuze batidos te hebben genuttigd hebben we weer de bus terug gepakt richting ons Hostel.

Vanaf dit moment begon onze fantastische avond. Bij aankomst hebben we meteen drie mojito’s besteld die, ook hier, extreem goedkoop waren. Snel het zwembad ingedoken en daar de rest van de avond geresideerd. Vanaf een uur of vijf tot elf aan de rand van het zwembad gezeten met heerlijke cocktails. Al snel zijn we aan de praat geraakt met andere reizigers van verschillende nationaliteiten. Van Israël tot Engeland en van Canada tot Duitsland. Heel erg leuk en gezellig om met al deze mensen in contact te komen. We waren al van plan om die avond te gaan stappen, maar om elf uur werd iedereen die nog wakker was verzocht om te verzamelen bij de entree van het Hostel. Blijkbaar gingen we met de hele groep (25 ‘man’) stappen. Vanaf da moment hebben we een briljante avond gehad die tot een uur of vier, half vijf mocht duren.

Joost was al een tijdje aan het aanpappen met een Engels vrouwtje. Omdat het al vier uur was en we al genoeg Flor de Caña en toña’s hadden genuttigd vonden Erik en ik het mooi om naar huis te gaan. Vrijwel direct toen we de club uitliepen deed zich de volgende anekdote voor tussen Erik en mij: “Hmm.. weet jij nog waar we heen moeten?” .. “Uh nee.. dat weet Joost toch altijd?” .. “Maar Joost is er nu niet” .. “Oh.. daar heb je gelijk in” .. “Nouja.. laten we nog even ergens wat gaan eten en dan zien we wel verder”. Daar zaten we dan. Ergens in Léon bij een hamburgertentje om half vijf ’s nachts. Hier hebben we de grootste hamburgers ooit gegeten voor een schamel bedrag van 30 córdoba. Na de eerste hap zagen iemand de hoek omkomen (struikelend over z’n eigen benen). Het is Joost! “Mooizo, dan kunnen we tenminste de weg naar het hostel weer vinden”. Joost groette ons “Ik ben zo blij dat ik jullie tegenkom jongens, zonder jullie zou ik het hostel nooit meer kunnen vinden”. Erg hilarisch, maar tegelijkertijd erg treurig. Agh.. wat maakt het ook uit. Een briljante avond achter de rug en de grootste hamburger ooit in je handen.

Na meerdere malen dezelfde locaties te hebben gepasseerd (onwetend uiteraard) hebben we ons hostel weer gevonden. Uiteindelijk hebben we er ongeveer 45 minuten over gedaan om ons hostel weer te vinden.

De volgende dag daarop werden we met een flinke goma wakker. Tijd voor een stevig ontbijt dus. Inmiddels waren Bart en Tijmen ook gearriveerd. Zij werden enigszins meegesleurd in de brakke opstart van ons. De hele dag een beetje gepoold, rond het zwembad gehangen en wat bijgeslapen in de hangmatten. De planning die er was, om te surfen, was tenslotte toch in duigen gevallen na de teleurstellende zee wat we twee dagen daarvoor hadden ondervonden.

De maandag en dinsdag stonden in het teken van Independencia día. Er zou groot feest moeten zijn volgens verschillende bronnen. Omdat we nog niks van de stad hadden gezien besloten we om dit te combineren.

Een stukje cultuur in Léon

Na een uur lopen was er nog geen optocht te bekennen en was het ook niet echt “feest” op straat. Omdat het in Léon nog een stuk warmer is dan in Masaya waren we na een goed uur redelijk uitgeput van het geslenter door de stad. ’S Avonds hebben we wederom gekozen om de leuke en gezellige club te bezoeken. Hier werden voor meer dan uur entertaind door een dronken Amerikaan. In zijn eentje nam hij de dansvloer in beslag om hier zijn kunsten te vertonen. Het maken

van een handstand om vervolgens keihard op z’n rug te landen en het verticaal beklimmen van een muur waren slechts enkele van zijn kunsten. Na elke val dachten we dat hij zou blijven liggen van de pijn, maar dit was niet het geval. Zelfs niet toen hij met volle vaart tegen een bank opbotste met zijn heup om vervolgens horizontaal naar de vlakte te gaan. Ook hier stond hij weer vrolijk op en ging door met het showen van zijn kunsten. Dit was echt weer zo’n momentje van “hier had je bij moeten zijn”.

Woensdag was het weer de dag om fris en fruitig op je werk te staan. Ik moet bekennen dat ik nog nooit zo’n productieve week heb gehad. Mijn kostprijsanalyse is uitgewerkt, de lijst van de voorraden is compleet en de ideeën voor de website zijn ook opgesteld. Het idee is om een interactieve website op te stellen zodat de leden hier precies kunnen volgen wat er allemaal gaande is. Bovendien worden ze op de hoogte gehouden van alle activiteiten, aanpassingen op de menukaarten en zullen er mogelijkheden komen voor het aanmelden van activiteiten, feesten en diners. Door middel van een interactieve website van het restaurant en de jockey-club zelf moeten de leden zo meer betrokken raken.

Ook heb ik de eerste vergadering in het spaans gehad. Het bespreken van de bodega (voorraden) en de kostprijsanalyse stond hier centraal. Zo moest ik een aantal zaken verantwoorden en uitleggen waarom ik voor bepaalde beslissingen gekozen heb. Een “grappig” moment was toen ik de usb-stick van Yahaira (de manager) in mijn laptop deed om een aantal bestanden te uploaden. Mijn virusscanner opende gelijk en er begonnen verschillende alarmbellen te rinkelen. Op de desbetreffende usb-stick zaten vier Trojaanse paarden. Hier heb ik haar op geattendeerd en voorgesteld dat ik deze wel even wilde verwijderen voor haar. Kennelijk is dat ook een stukje onwetendheid van de bedrijfscultuur hier. Dezelfde middag hoorde ik namelijk van Erik dat ook hem dit al eens is overkomen.

'S morgens loop ik via een prachtige oprijlaan naar mijn werkplek.

De oprijlaan

Met aan de ene kant het uitzicht van de vulkaan "Mombacho" en aan de andere kant de oprijlaan zelf.

Vanaf de andere kant


Vlak voor het restaurant hoorde ik een helikopter. Ik liep even wat door om te kijken waar die heen zou gaan. Dit zie je tenslotte niet dagelijks in Nicaragua. Voordat ik het door had was de helikopter al geland op het terrein van de jockey-club. Er kwamen een aantal jonge mensen uit. Gekleed in zwem-outfits namen ze een snelle duik in het zwembad. Na tien minuten was het blijkbaar leuk geweest, stapten ze de helikopter weer in en vertrokken weer richting hun volgende bestemming. Volgens het personeel van de jockey een bekend tafereel..

Voordat ik het wist was het alweer vrijdag. Tijd voor een weekend vol activiteiten dus. Omdat vier andere Nederlandse studenten, die we tijdens onze Spaanse les al hadden ontmoet, net waren aangekomen in Masaya (zij verblijven in het huis waar wij ook vier dagen hebben gezeten) hebben we besloten om gezamenlijk wat te drinken in het centrum van Masaya. Voor ons ook nieuw, aangezien wij nog nooit in het centrum van Masaya iets zijn wezen drinken. Na twee uur gezelligheid te hebben geproefd vonden de meeste het wel welletjes. De dag daarop stond er tenslotte een barbecue gepland bij Onno en Tjitske. Om elf uur ’s morgens werden we er verwacht.

De taxi’s hier zijn overigens ook nog wel een alinea waard. Als wij, als blanke gringo’s, een taxi aanhouden staat er niet lang daarna een rij van minimaal vier taxi’s te wachten. Allemaal in de hoop dat wij hun taxi gaan kiezen. De eerste is meestal de sjaak, omdat hij met het hoogste bedrag begint. Zo ook die zondag. De eerste taxi wou er C$200 (córdoba) voor hebben, de tweede C$150 en de derde C$100. Voor ons een kleinigheid, maar tel ze maar eens op na een half jaar. Vervolgens rijdt een taxi naar de dichtstbijzijnde benzinepomp om daar voor één of twee liter te tanken. Terwijl de motor nog staat te ronken gooit de pomp medewerker er voor het gewenste bedrag benzine in. De rit naar de bestemming bestaat uit toeteren, gassen, remmen en vooral zoveel mogelijk gekke kapriolen uithalen. Soms gaat dat gepaard met het laten repareren van je auto langs de weg. De banden bleken nog al zacht, dus werd er even langs een lokale beunhaas gereden om de banden op te pompen. Als je geluk heb mag je de taxi ook nog aanduwen, indien de wegen te stijl worden. Dan is het hele plaatje toch wel compleet.

Uiteraard arriveerde wij, met z’n vieren, weer als laatste. Dat is toch wel iets waar we allemaal een ster in zijn. Dit is al zo vanaf dag één bij de Spaanse les tot op de dag van vandaag. Misschien hoort dat wel bij onze opleiding..? Aangekomen hing er al een gezellige sfeer. De barbecues werden aangestoken en de salades werden buiten gezet. Eerst was het tijd om in het geweldige meer “Laguna de Apollo” te zwemmen. Met vrijwel de gehele groep hebben we ons ruim een uur vermaakt in het meer. Daarna was het tijd om de worstjes, hamburgers en uiteraard de salades te nuttigen. Tot vijf uur hebben wij ons erg goed vermaakt en hebben we iedereen beter leren kennen. Een erg leuk initiatief van Onno en Tjitske, die overigens een geweldig huis hebben rechtstreeks aan dit rustige meer.

’S Avond was het plan om gezellig met elkaar Granada in te gaan. Voor ons was dit al enige weken geleden dat wij hier waren. Met een groep van vijftien zijn we ons vertrouwde clubje in gegaan. Hier hebben we de hele avond de nodige oneliners en sterke teksten verteld. Ook dit werd weer laat. Samen met Joost en Leon hebben we rond vier uur een taxi richting Masaya genomen. Aangekomen in Masaya kwam ik erachter dat ik ergens mijn sleutel ben verloren. Gelukkig had ik nog een raampje openstaan. Met mijn atletische kunsten ben ik uiteindelijk door dat raam gevallen en zo was ik binnen.

We vonden het wel eens tijd voor de kapper. ’S Morgens ben ik naar de kapper gegaan om mijn haar eens wat te laten korten. Daarna zijn we wederom vertrokken richting Laguna de Apollo. Hier hebben we lekker gezwommen en wat uitgerust. Bij aankomst thuis was ik toch best wel uitgeput. Rond half 9 heb ik me bed opgezocht om de dag daarop rond 10 uur ’s morgens wakker te worden. De rest van de dag heb ik thuis aan me stage (projecten) gezeten. Het is tenslotte heerlijk om in alle rust hier aan te werken en ook nog eens internet te hebben. (Dit heb ik nog steeds niet op mijn stage)

Voor het eten zijn Joost, Erik en ik gaan hardlopen richting een kasteel dat zich in de buitenwijken van Masaya bevindt op een hoogte van ongeveer 500 meter. Na de eerste twee kilometer op een vlak stuk te hebben gelopen begon de ‘klim’ naar de top. Vrij snel mijn eigen tempo gezocht en geprobeerd heelhuids boven te komen. Iets voor de top ben ik toch maar gaan wandelen, omdat mijn ademhaling verre van gezond werd. De laatste meters, die het steilst waren, gelopen. Op de top kwamen we een raar beeld tegen. Mensen met overgewicht die in vuilniszakken waren gekleed om zo snel af te vallen. Ook waren hier kinderen die gemakkelijk tientallen push-ups aan het doen waren. Na even te hebben uitgerust en te hebben genoten van een geweldig uitzicht zijn we weer naar beneden gegaan. Dit ging vijf keer zo snel, maar waar tijdens het klimmen mijn kuiten op de proef werden gesteld, kregen nu mijn bovenbenen het te voorduren. Kletsnat en behoorlijk uitgeput kwamen we bij ons huis aan. Het sporten doet me wel goed, ongeacht deze temperaturen.

Wekenlang ongestructureerd eten gaat nooit echt wennen. Erik en ik hadden wel een keer behoefte aan een gezonde maaltijd. Wij hebben, geloof het of niet, broccoli gekookt mét gekookte aardappelen. In Nederland zouden mijn vrienden en familie mij voor gek verklaren als ik dit uit mezelf ging maken. Echter heeft me dit nog nooit zo goed gesmaakt. Eindelijk weer eens vitaminen en bekende kost. Zeker voor herhaling vatbaar!

Mede door een buitentafel en het koken dat Erik en ik nu wel regelmatig doen wordt het steeds gezelliger bij ons huis. Terwijl ik even me mail zat te lezen op mijn kamer schreeuwde Erik dat ik eens moest komen met een foto toestel. Aangekomen op de plek des onheils was al vrij snel duidelijk waar het om ging.

De Tarantule, hij is groter dan je denkt!

Er zat een harige 8-voeter op een meter afstand van onze eettafel. Ook wel een ‘tarantula’ genoemd. (Vogelspin) Na wat onderzoek gedaan te hebben blijkt het hier normaal te zijn dat deze beesten zich in kamers en huizen begeven. Niet alleen vogelspinnen maar ook slangen, schorpioenen en ratten. Vooral in de douche of toilet bivakkeren deze beesten graag.

Het lijkt af en toe wel een dierentuin bij ons. Met name door onze gestoorde hond “perro” wordt het rondlopen in ons huis wel een lastig.

Er staat weer een drukke werkweek op mij te wachten! Deze keer heb ik nog geen plannen, dus dat blijft een verassing.

De hartelijke, leuke, lieve, spontane en enthousiaste groeten van Martin Gaus. (Dit is hoe ik soms voel hier tussen al de dieren)

Adios Sanderos!

vrijdag 11 september 2009

La vida cotidiana

Het lijkt hier allemaal al zo gewoon.. En misschien is dat het ook wel. Want wat went het snel dat je zonder al die luxe zit. Ook het straatbeeld is voor mij al een “vertrouwd” beeld geworden. Misschien is dit bewust en moet dit ook wel. Ik heb er, tot dusver, echter nog weinig problemen mee gehad en heb snel kunnen omschakelen. Desalnietemin blijft het een nuance, ik kom tenslotte vier maal in de week op mijn ‘werk’ aan om daar tussen het rijke volk te zitten. Ook als ik thuiskom heb ik de beschikking over internet, een computer en enkele andere rand apparatuur. Deze nuance werd nog eens versterkt toen tijdens een stagedag de oplader van mijn laptop het niet meer deed. Wat was het nou.. de pauper stroomvoorziening, mijn oplader, mijn laptop, het stopcontact? Ik voelde me eigenlijk al vrij snel gehandicapt zonder mijn laptop. Dit gevoel werd trouwens al snel gecorrigeerd toen ik weer naar huis ging en tussen de locals stond.

Wat me tot nu toe erg is opgevallen is de kloof tussen rijk en arm. Dit maak ik natuurlijk vanuit een ander perspectief mee als de andere jongens of een lokale inwoner. Maargoed, back to the point.

De eerste stage week, want dat zijn natuurlijk verhalen waar jullie met smart op zitten te wachten! Zoals ik hierboven al heb vermeld is hier het contrast tussen rijk en arm goed waar te nemen. De jockey lijkt wel een soort toevluchtsoord voor de “socio’s” om zo even te ontsnappen aan de dagelijkse sleur, maar zeker ook alle ellende die ze tot nu toe hebben meegemaakt of dagelijks mee worden geconfronteerd.

Mijn werkplek is erg wisselend. Ik heb geen vaste plek in een kantoorruimte en zit ook niet dagelijks van tien tot vijf achter een bureau te F5-en. (voor de kenners onder ons) Meestal zit ik aan een tafel te werken in het restaurant / kantine waarbij ik goed contact kan blijven houden met mijn collega’s. Echter, zoals jullie al weten, is het hier vaak warm. Het is dan heerlijk om mijn spulletjes even te verhuizen naar buiten. Hier staan prima tafels en ook hier zijn er genoeg stopcontacten voor mijn laptop. Met een uitzicht over de gigantische jockeybaan, het zwembad en omringd door palmbomen hoor je mij niet klagen.


Het zwembad + uitzicht


Overigens is het hier de hele week erg rustig. Weinig leden die zich ertoe zetten om doordeweeks collectief te komen lunchen, zwemmen of sporten. De afgelopen weken heb ik per dag ongeveer vijf tot tien mensen zien langskomen, voor verschillende doeleinden. Hierdoor kan ik rustig mijn “ding” doen zonder enige rumoer om mij heen. Wat voorts een leuke ‘bijkomstigheid’ is, is dat ik word aangespoord (zowel door Ellen, mijn bedrijfsmentor, en een andere manager) om af en toe een duik te nemen in het zwembad. Aangezien het hier erg warm kan zijn is dit geen overbodige luxe. Echter probeer ik dit natuurlijk wel te laten passen in mijn planning..


Mijn werkplek, als het te warm is binnen

Over mijn “ding” doen gesproken. Mijn stage zal de komende periode bestaan uit het uitvoeren van verschillende (kleine en wat grotere) projecten. Deze projecten heb ik tijdens mijn eerste twee stagedagen samengesteld en aan Ellen laten zien. Zij was hier uiterst enthousiast over! De afgelopen week heb ik me vooral bezig gehouden met het opstellen van een kostprijs analyse. Ze zijn hier momenteel bezig met het samenstellen van een nieuwe menu kaart mét nieuwe prijzen. Uit de analyse bleek dat er op sommige dranken vrijwel geen winst wordt gemaakt. Nu ga ik bijvoorbeeld vanmiddag eens Granada in trekken om gelijkwaardige horecapunten te analyseren m.b.t. hun prijzen. Terrasje, drankje, zonnetje en analyseren maar. Door middel van die vergelijking zullen er nieuwe prijzen worden opgesteld. Het is opmerkelijk dat niemand hier een benul heeft van prijzen en cijfers. Dat verklaart misschien ook de slechte economie en het feit dat niemand hier kan rekenen.

In mijn tweede stageweek ben ik vooral bezig geweest met het opstellen van een voorraadbeheer. Want net als bij het vorige ‘punt’ blijkt ook hier dat er vrijwel geen structuur is. Door de slechte kennis en slechte administratie van bestellingen en verkopen wordt er eigenlijk maar wat aangeklungelt en bestellen ze zeer inefficient. Het is een hele klus, maar wel erg goed voor mijn spaans, om de hele voorraad opnieuw te analyseren en dit te verwerken in spreadsheets. Aan de hand van die spreadsheets hoop ik bestellijsten te kunnen samenstellen zodat er in één oog opslag te zien is wat er nog is en hoeveel er besteld moet worden.

Vrij simpel eigenlijk, maarja.. wat simpel is, is hier juist heel moeilijk. En het moeilijke, zoals het volstoppen van bussen wanneer ik al veertig keer dacht dat een bus vol zat en het onmogelijk was om nog meer mensen te vervoeren, is hier juist weer heel makkelijk. Heel ironisch allemaal eigenlijk..

Javier, nuestro vecino y además nuestro amigo. Oftewel, onze buurman Javier, wat een wereldgozer. Een man rond de 30 jaar oud, gok ik. Heeft een salesfunctie waar hij het halve land voor doorreist, een kind die in costa-rica verblijft en een vriendin. Hij is overigens alleen ’s nachts thuis, want overdag werkt hij en ’s avonds is hij vaak aan het sporten. Tijdens de eerste week van ons verblijf hebben wij op een vrijdag avond een aantal uren met hem en zijn vriendin gepraat over van alles en nog wat. Een erg gezellige man met een ongelofelijk hoog verantwoordelijkgevoel en tevens erg goed voor ons spaans. Omdat hij zelf een aantal dagen per week in Managua werkt neemt hij Bart en Tijmen meerdere malen per week mee naa Managua. Verder heeft hij ons naar een lokaal winkeltje gebracht waar wij onze hangmatten hebben gekocht en krijgen we zo af en toe wat gatorade (sportdrank) flesjes van hem.

Afgelopen zaterdag zijn we ’s avonds met hem mee gegaan naar granada om hier te gaan “stappen”. Samen met zijn vriendin vertrokken we rond acht uur richting Granada. Het kan hier dus wel, op tijd stappen! Ik heb samen met Joost de bus genomen vanwege ruimtegebrek in zijn auto. Omdat Javier al erg veel voor ons doet en heeft gedaan hadden wij besloten om alle drankjes voor hem en zijn vriendin die avond te betalen. Zo probeerde we ons eigen “schuld”-gevoel een beetje weg te poetsen. Enige argwaan is er tenslotte wel, tenminste.. bij mij in ieder geval wel. Een man uit een derdewereld land die veel probeert te betekenen voor ons. Welliswaar een man met een degelijke functie, maar waar hebben we dit allemaal aan te danken? Zou hij zich eenzaam voelen? Mag hij ons gewoon? Wij weten het niet, maar tot zover is het een ontzettend aardige man waar we tegelijkertijd ook veel van leren. En hij neemt de drankjes die wij hem geven, zowel thuis als in een cafe, ook graag aan.

Na weken te hebben uitgekeken naar het moment dat ik dan eindelijk een vulkaan zou kunnen beklimmen werd afgelopen zondag werkelijkheid. Aangezien Tijmen zich niet lekker voelde en Bart geen zin had vertrokken Erik, Joost en ik richting vulkaan Masaya om ons even lekker te laten afpeigeren. Een local, naast ons in de bus, opweg naar de vulkaan vertelde ons dat we zijn afgezet voor een klein stukje voor 15 córdoba (gezamelijk). Agh, boeie.. zo gaat dat hier nou soms. Bij de entree van de vulkaan betaalde we 80 córdoba per persoon, waar de locals zelf 20 córdoba betalen. Dit is voor het onderhoud van het natuurpark en de nica’s zelf nog enigzins te lokken voor die prijs. Vervolgens werd er geprobeerd ons een reis naar de top aan te smeren. Maar daar hadden wij geen trek in en waren klaar voor de tocht!

Afgeladen met tien bananen, flessen water en wat eten vertrokken we dan. In de stralende zon en een stijgingspercentage van soms wel 15 – 20% liepen we op een verharde weg naar boven. Meerdere malen gepasseerd door verschillende jeeps die mensen naar boven brachten genoten wij van de tocht. De weg naar de top was ongeveer vijf kilometer vanaf het bezoekerscentrum. (De rit naar het bezoekerscentrum was ook ongeveer twee kilometer) Zonder te stoppen en anderhalf uur te hebben geklommen kwamen we aan op de top. Een geweldig uitzicht en een rokende vulkaan was de beloning.



De eerste vulkaan, met een diepte van ongeveer 200 - 300 meter


Na ongeveer 10 minuten naast de rokende vulkaan te hebben gestaan gingen we met longklachten weer een stuk verder. De scherpe zwavel werkte als een aanslag op je ademhaling. Een advies voor “toeristen”, want onder zo’n visum verblijven wij hier, was ook om niet langer dan 15 – 20 minuten te blijven staan op één en hetzelfde punt.

Het uitzicht waar veel zwavel overheen vloog

De vulkaan die naast deze actieve vulkaan lag was compleet anders. Een niet-actieve vulkaan die helemaal begroeid was met bomen en andere flora & fauna. Een ranger, van het natuurpark, sprak ons al snel aan dat we eigenlijk al naar beneden moesten vanwege het feit dat het hier al snel donker zou worden. Balen en negeren was de eerste gedachte. Na een korte overtuiging aan de ranger dat wij van plan wwaren niet ver te gaan mochten we doorlopen om toch nog even rond te lopen. Ook hier kregen we een verbluffend uitzicht te zien.

Een mooi uitzicht over de actieve vulkaan vanaf de niet-actieve

Er werd ons niet veel later zelfs nog gevraagd of we nog wat hoger wouden. Daar hadden wij, als echte doorgewinterde backpackers, natuurlijk wel zin in. De top bereikt! Als een doorweekte zwabber met spierpijn en de nodige blaren konden we ons weer opmaken voor de terugreis.


Joost en ik op de tweede vulkaan

Vaak wordt afdalen onderschat. Uit ervaring kan ik nu vertellen dat klimmen gemakkelijker gaat dan dalen. Zeker met spierpijn en drukkende blaren op je hak is het fantastisch om van een berg af te struinen! We hebben er echter wel een half uur sneller over gedaan dan het klimmen. Eenmaal beneden hebben we onze laatste broodjes en banaantjes opgepeuzeld. Weer op zoek naar een bus dan maar, ah shit.. reden er net twee voor onze neus voorbij. Naja, dan maar eventjes wachten. Er rijden hier toch honderden bussen per uur voorbij. Maar een simpele taxi-chauffeur probeerde ons wijs te maken dat we net de laatste bus hadden gemist. Die truc had ik al eens eerder gehoord. Vrij snel daarna kwam de volgende bus eraan en groette wij de domme taxi-chauffeur vanuit de bus.

De backpackers (Joost, Sander, Erik)

Als hongerige wolven hebben wij een stevige pasta in elkaar gebouwd om ons daarna tonnetje-rond te eten. We konden tenslotte wel weer wat kilotjes en kolhydraten gebruiken, na zo’n tocht.
Aanstaand weekend zijn we weer van plan om te gaan surfen. Dit is ons de vorige keer als erg leuk ervaren. De maandag en dinsdag is het hier “independance day”, een landelijke feestdag dat twee dagen duurt. Wij als oude rotten in het vak ‘feesten’ gaan daar natuurlijk ook van de partij zijn. In mijn volgende blog zal ik daar wel de enige one-liners aan wijden.

Hasta pronto!