Door de diverse werkzaamheden leer ik steeds meer mensen binnen mijn stagebedrijf kennen. Het is gebruikelijk dat je met de één beter kan opschieten dan de ander. Normaal gesproken heb ik veel contact met Gustavo, Ernesto en Wilbert. Dit zijn de vaste krachten in de bediening, inclusief het bedienen van de bar. Ook Erik hoort bij dit groepje van vaste krachten, echter heb ik met hem veel minder contact dan de rest. Waarom? Ik weet het niet, zo gaat dat nou eenmaal. Hij is een klein en relatief net gekleed mannetje dat ik elke ochtend, net als de rest, vriendelijk groet. “Hola Erik, como estas?” Al ruim twee maanden steekt hij dan z’n hand in de lucht om mij te groeten .. en daar blijft het bij. Best gek, aangezien het groeten hier in Nicaragua een belangrijk ritueel is. In tegenstelling tot Erik geven de andere jongens juist een uitgebreid antwoord, als ze me al niet voor zijn geweest met het groeten, en vragen ook altijd hoe het met mij gaat. Leuk, goed voor mijn Spaans en tevens belangrijk voor het zelfvertrouwen dat het telkens blijkt dat je nog steeds gewenst bent!
Voor het schrijven van een nieuw voorraadsysteem is het van belang om bepaalde gegevens te verkrijgen. In dit geval was dat voor mij het inventariseren van alle voorraden bij elke bar. (Dit zijn er in dit geval twee) Om het proces wat sneller te laten verlopen en om de juiste producten te noteren kreeg ik de hulp van Erik. De jongen waarmee ik eigenlijk nog nooit had gesproken. Na een tijdje met hem te hebben gesproken tijdens het uitvoeren van onze werkzaamheden kwam ik erachter dat ook dit een hele aardige jongen is. Hij praat alleen niet zo graag.. Desalniettemin wel leuk en interessant om juist op zo’n manier, wanneer hij bijna wel moet communiceren, een dergelijk iemand te leren kennen. Dit geldt overigens ook voor het contact met de chef-kok. Deze is twee weken na mijn eerste stagedag aangenomen (ik heb dit sollicitatiegesprek gevolgd) en ben pas sinds vorige week in contact gekomen met deze beste man. Hij is ook de enigste binnen de Jockey Club die begrijpt dat ik vanaf dag één tot vandaag de dag op zoek ben naar bestek als ik mijn bord met eten krijg. Zo krijg ik nu elke dag van hem mijn setje bestek aangereikt. Hij kan lekker koken, is behulpzaam en begrijpt mijn gevoel van humor! Hij probeert me altijd nog steeds een volle lepel met lekkere ‘kruiden’ aan te smeren die ik over mij ‘comida’ zou kunnen doen. Die kruiden zijn niet de peterselie die we in Nederland kennen, maar dit zijn de goede pepertjes die ik liever niet eet. Deze non-verbale conversatie wordt dan altijd weer door mij afgesloten met één woord: “Ladron”, gevolgd door een knipoog, haha.
Het inventariseren was trouwens wel aanzienlijk anders dan dat ik gewend ben bij mijn vorige werkgever. Frisdrank wordt per flesje geteld, ijsjes per stuk en alcohol per glas / media botella (375 ml) of een botella (750 ml). Het inventariseren van de alcoholische dranken was voor mij nieuwe. Benodigdheden: een lege fles met een maatstaf op de zijkant geplakt die het aantal glazen aangeeft, een trechter en de drank zelf. Vervolgens worden alle dranken één voor één afgemeten in dezelfde fles, met dezelfde trechter. Als men even niet weet hoe drank X smaakte, dan is het hier erg gebruikelijk om dit direct even te proeven. Je kan tenslotte je dranken niet inventariseren zonder dat je weet hoe het smaakt, laat staan dit ook nog eens te verkopen.
Als wij op een zaterdag- of zondagmiddag in het parque central zitten om te ontbijten, een koffie te drinken of een batidos te nuttigen genieten wij altijd met volle teugen. “Hey jongens, daar komt weer zo’n salesboy aan”. Ah ja, laten we weer eens gaan onderhandelen. “Hola señorita, cuanta cuesta esta botella de miel?”.. “Cuarenta cordobas???? Muy caro nooooooo”. “Voy a pagar hasta veinte”. “Ok esta bien”. Al was het alleen voor de foto, het blijft leuk. Locals die in een verkoop-tenue naar je toe komen om de gekste producten te verkopen. Van dvd’s tot scharen en van honing gebotteld in oude whisky flesjes tot hangmatten.
Donderdag ochtend was ik al wat eerder op de Jockey Club. Er kwam vrijwel direct een bus aanrijden toen ik mijn straat uit liep en deze bus reed ook nog eens lekker door. Wilbert was als eerste en voor alsnog de enige op de Jockey Club toen ik aan kwam. Hij was alles aan het klaar zetten, schoonmaken en opruimen. Het schoonmaken van het meubilair is hier heel normaal. Door de aanwezigheid van veel insecten, stof en zwetende mensen worden de meubels met een paar doeken schoon “geslagen”. Toen de telefoon ging moest Wilbert even een sprintje trekken om deze te kunnen beantwoorden. Tijdens zijn 50 meter sprint, met de doeken nog in zijn linkerhand, zag ik iets uit zijn doeken vallen. Het was er weer één: een Tarantula. Hijzelf had dit niet opgemerkt totdat ik na zijn telefoongesprek Wilbert wees op de Tarantula die uit zijn doek was gevallen. Hij schrok er even van, blijkbaar maken zij dit ook niet dagelijks mee. Uiteindelijk hebben wij gezamenlijk de spin verwijderd naar een rustigere plek. Is het schoon “slaan” van je meubels dan echt zo hygiënisch...?
Onlangs schreef ik over veranderingen en ontwikkelingen binnen de Jockey Club. Deze trend blijft zich opmerkelijk doorvoeren. Ik heb al eens aangeven of eigenlijk afgevraagd waarom het personeel helemaal niks doet indien er geen leden zijn. De volgende ‘vergelijking’ werd een tijdje terug gemaakt door het personeel: ‘geen leden + geen werkzaamheden, doordat er geen leden zijn = honkballen of potje kaarten onderling’. Ik gaf te kennen dat er in Nederland altijd wel werkzaamheden te doen zijn. Waarom maken ze niet schoon? Waarom tellen ze de voorraad niet? Waarom vouwen ze geen servetten? Het maakt niet echt uit wat ze doen, als ze maar wat doen. Personeel dat helemaal niks uitvoert is tenslotte helemaal niks waard. Vandaag de dag zie ik regelmatig het bedienende- en barpersoneel schoonmaakwerkzaamheden doen of de voorraad inventariseren. Leuk om ook in dit aspect veranderingen terug te zien.
Dagelijks komen er flink wat leveranciers. Deze worden, afhankelijk van de order, weer doorgestuurd naar het respectievelijke distributie- of opslagpunt van de Jockey Club. Daar wordt dan ook ter plekke de factuur ondertekend. Nu ik de laatste weken druk ben geweest met het analyseren en het inventariseren van de voorraden is dit proces wel interessant. Als slagroom op de taart moest ik, door het ontbreken van andere bevoegden, een factuur ondertekenen met een bedrag van C$1500. Dit is natuurlijk niet veel geld (€50), maar wel leuk en bovendien ben ik nu verantwoordelijk voor de geleverde producten! Vlak daarna volgde nog enkele facturen.
Toen ik tijdens mijn lunchpauze een deel van dit verhaal aan het schrijven was kwamen er een aantal ‘bekende’ nummers voorbij. Alles wordt hier hergebruikt. De meest bekende melodieën van jaren geleden hoor je als je in de bus naar je werk zit weer voorbij komen. Ditmaal was het Jeroen van de Boom met ‘jij bent zo..’. Echter was de meesleurende Nederlandse tekst veranderd door wat Spaans lyrics. Leon, een andere Nederlandse student, houdt graag van kopen. Als wij met z’n alleen een batidos zitten te drinken in Parc Central en er komt weer een ventje aan die een paar honderd CD’s en DVD’s bij zicht heeft kan Leon het niet laten om dit niet te kopen. Inmiddels beschikt hij over ongeveer 5 gig aan ‘Cumbias’. Dit is de volksmuziek van Nicaragua, maar bevat ook veel regeatton en dance muziek. Na hier al een geruime tijd te hebben gezeten zijn wij alleen een beetje besmet geraakt door die muziek. Je hoort het tenslotte overal; tijdens het stappen, in elke bus, op je werk en de promotoren die met speakers door je straten pompen. Mijn I-tunes is inmiddels ook al goed gevuld met deze muziek!
Om koppen met spijkers te slaan heb ik met Ellen een tweetal dingen afgerond. De definitieve prijzen zijn doorgevoerd en ik heb een mailingslijst samengesteld waarmee de eerste (!) nieuwsbrief naar de leden is rondgestuurd. De nieuwsbrief, die ik eerder die week al had samengesteld bevatte verschillende aandachtspunten wat de leden moet ‘triggeren’ om zich naar de Jockey te bewegen. Promoties, een nieuwe menukaart, vernieuwende socio dagen en uiteraard alle veranderingen binnen de Jockey zelf waren de voornaamste aandachtspunten. Toen de nieuwsbrief was afgerond en klaar was om te verzenden moesten er eerst nog een aantal dingen gebeuren voordat deze daadwerkelijk de deur uit kon. Ellen stelde voor om dit bij het kantoor van Remax te doen, aangezien ze daar over een geavanceerder netwerk systeem beschikken. Bovendien voor mij leuk om eens de andere organisatie te zien die Ellen runt! “Hier Sander, een Excel bestand met alle email adressen van de leden”. Goed.. deze moesten eerst dus in een adreslijst worden ingevoerd zodat de volgende keren enkel de adreslijst geselecteerd hoeft te worden. Na wat “knip-en-plak” werk was dit geregeld. Het volgende punt was het versturen van het bericht naar ‘onzichtbare’ afzenders, tenminste zo werd dat mij uitgelegd. Gelukkig kennen wij hier de ‘bcc’ optie voor. “Ok, ready? ... si!” gevolgd door een zucht “Héhé.. dat dit zo lang heeft moeten duren voordat iemand op dit idee is gekomen”, blijkbaar voelde dit als een soort opluchting.
Bij nieuwe prijzen én nieuwe producten op de menu kaart hoort een nieuw uiterlijk. Daar waren Ellen en ik het eigenlijk unaniem over eens. De vraag was dan ook meer of ik creatief was om een nieuwe menu kaart te ‘ontwerpen’. En dan zou het meer om de vormgeving gaan. Gelukkig is mijn ego niet al te hoog en houd ik mij liever aan het principe “beter goed gejat dan slecht verzonnen”. Internet staat tegenwoordig vol met gratis menu kaart templates die gemakkelijk te downloaden zijn en vervolgens alleen maar in gevuld moeten worden. Het lastige hieraan is echter het vinden van de juiste kaart. De Jockey kent geen voor- hoofd- en nagerecht, maar meer een opsomming met alle gerechten die er beschikbaar zijn.
Zaterdagochtend om elf uur schrok ik wakker. Wankelend en slaperig sprong ik mijn bed uit om Bart wakker te maken. “Bart het is elf uur, we moeten gaan” .. “Uhhh hoe laat is het dan??” Ik moest vóór één uur in Managua zijn om mijn visum met 60 dagen te verlengen. Aangezien ik de weg in Managua niet ken en Bart wel (hij had zijn visum al eerder verlengd) zou hij wel even meegaan. Afijn.. Snel gedoucht en al aankledend een broodje naar binnen gewerkt, het was inmiddels al kwart voor 12. Rond kwart over 12 zaten wij in de bus.. “Héhé.. wij zitten weer Bart, maar ik ga even slapen” .. Niet veel later vroeg Bart aan mij “heb je wel een kopietje van je paspoort mee?” .. “nee, waarom? Oh en Bart.. ik heb mijn paspoort ook niet mee”. Voordat ik doorhad wat ik zei maakte ik een diepe zucht en zei hardop tegen mijzelf “Ok Sander.. jij wilt je visum gaan verlengen, zónder paspoort NICEEE!”. Wij waren al enkele minuten onderweg en snel uitstappen en terugkeren om alsnog mijn paspoort op te gaan halen zat er ook niet in. De ‘extranjero’ toko sloot al om één uur. Het was hilarisch en irritant tegelijkertijd. Ik had tenslotte wel wat langer willen slapen en bovendien betekende dit dat ik nog een keer terug zou moeten. Overigens betekende dit ook dat ik twee dagen als een illegaal door dit land zou gaan lopen. Dan heb ik dit tenminste ook kunnen afstrepen van mijn lijstje! Maandag ochtend vroeg ben ik met de jongens mee naar Managua gegaan. Tijmen en ik moesten ons visum nog steeds verlengen. Rond kwart over acht, na een half uur in de file te hebben gestaan, waren we dan eindelijk bij Metro Centro. Na wat zoekwerk het kantoortje gevonden waar wij moesten zijn. Ook nu zat het geluk niet mee, want het bleek pas om 10 uur open te gaan.. Ik had geen zin om nogmaals naar Managua te gaan om mijn visum te kunnen verlengen en als illegaal over straat te lopen dus besloot ik te wachten. Ergens een jugo de naranja genuttigd en anderhalf uur voor me uit gestaard. Rond half 10 maar weer richting het kantoortje gelopen, waar inmiddels al een flinke rij stond. Hier mocht ik dan ook fijn achter aansluiten. Inmiddels was mijn humeur al behoorlijk slecht en had het gevoel dat dit wel eens lang kon gaan duren. Voor mij stond een Amerikaans stel, van een jaar of 40, die aan het rondreizen waren. Zij waren hun paspoort verloren en stonden, net als ik, sikkeneurig in de rij te wachten. De tijd ging enigszins sneller toen ik in gesprek raakte met het Amerikaanse stel. Het grappige was dat ik hun veel heb verteld over de hotspots in Nicaragua. En dat terwijl ik de hardwerkende student ben, en zij de backpackende toerist! De ‘voorkruip’-cultuur werkte ook averechts op mijn humeur. Het is hier kennelijk zeer gebruikelijk voor te dringen en sneaky een paar plaatsen naar voren te kruipen en net doen alsof er niks aan de hand is. Terwijl ik als “nummer 30” begon, was ik een kwartier later “nummer 35”. En als je er dan iets van zegt word je een geweldig aanbod gedaan om vóór hun te mogen gaan staan, je eigenlijke wachtplaats dus. Je moet dan wel heel erg dankbaar zijn en ‘gracias’ zeggen anders word jij als de asociale toerist gezien. Na een half uurtje kwam een man langs met een formulier. Er werd mij gecommandeerd deze in zijn geheel in te vullen. Met behulp van een wat vriendelijkere jongeman kwam ik er wel uit. Ik mocht weer achterin de rij aansluiten. De rij, die inmiddels wat korter was, ging ditmaal wel wat sneller. Een kwartiertje later was ik aan de beurt! “Pasaporte!” .. “Tenga” .. “¿Puedo ver tu copia?” .. “No tengo, no es possible para hacer un copia aqui??” .. “No”. Goed.. Ik moest dus opzoek naar een winkel waar ik wél een kopie kon laten maken. Na tien minuutjes kwam ik in een foto-winkel waar ik voor wat cordies wel even gebruik mocht maken van hun kopieerapparaat. Eindelijk, ik was check: paspoort, een ingevuld formulier en een kopie van mijn paspoort! Vamos! Wederom aangesloten in de rij om na een kwartiertje te wachten weer mijn spulletjes in te leveren. Dat ik één dag als illegaal had rondgelopen kon hun, tot mijn verbazing, eigenlijk vrij weinig schelen. Dit betekende tenslotte weer meer geld voor hun. Er werd mijn gezegd dat het 20 minuten zou duren voordat ik mijn paspoort weer af kon halen mét een verlengingsstempel. Afwachtend in het autoritaire hok tot mijn naam zou worden geroepen kon ik weer eens lekker voor mij uit staren. “Sander” .. jaa, eindelijk! Ik ben weer legaal!
Als we alle vier ’s morgens nog in ons bed liggen na een avond stappen is het maar de vraag hoe je wakker wordt. Er zijn een aantal situaties mogelijk. Je wordt met een gigantische goma wakker, je wordt wakker geschreeuwd door de persoon die zich het best voelt, de decibellen die uit verschillende geluidsinstallaties pompen, onze hond die een poging doet om over een 5 meter hoog hek te springen of de drang naar vocht. Vaak is het een combinatie die geen van allen bevordelijk zijn voor het humeur in de ochtend. Als meer dan twee mensen al wakker zijn kan het analyseren van start gaan. “¿¿Que has hechooooooo??” (Op de toon waar een zekere Joran zo goed in was). Terwijl de slaap uit de ogen wordt gewreven, na een schamele 4 uur slaap, komen de mooiere momenten naar boven. Waar in Nederland tijdens een avond stappen vaak suf aan de bar wordt gehangen en alles om bier drinken draait is dat hier anders. Dit maakt de momenten van, “¿Que pasa ayer?”, hier in Nicaragua ook zo mooi. Het stappen in Nederland gaat me nog flink tegenvallen..
Wat mij al tijden opvoel bij de Jockey is de huidskleur van de leden. Ik weet nog goed dat ik vroeg of hier alleen maar Europeanen of Amerikanen kwamen. Niets was minder waar, ook dit zijn locals. Het verschil met de locals die wél een donkere huidskleur hebben is te verklaren doordat de rijkere simpelweg minder zon zien. Al vanaf hun jeugd zitten zij in luxe hotels, resorts en kantoren waar altijd airco is. Vervolgens wordt hun taxi met chauffeur voorgereden, dus ook tijdens het reizen of wachten zien zij weinig zonlicht. De mensen die altijd buiten werken en een functie in bijvoorbeeld de bouw hebben zijn dan ook nog donkerder dan de rest.
Mijn stageperiode zit er op 18 december alweer op, dat betekent dat ik nog maar 5 of 6 weken in dit land ben! De komende weekend wil ik dan ook nog dingen gaan doen en bezoeken die ik tot nu toe nog niet heb gedaan. Dit weekend staat paintball op de planning en verder wil ik nog een vulkaan beklimmen, en wildwater kanoën/raften. Door verschillende mensen is mij aangeraden om bepaalde plekken als Matagalpa & Ginotepe nog zeker eens te bezoeken. De komende weekend ben ik dan ook van plan om hier een aantal mooie plaatjes te schieten!
Ya regresa!
maandag 16 november 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


wat een verhalen weer jonge, wat een drama dat regelen van je verblijfsvergunning :P zou echt helemaal gek worden van voorkruipende mensen dan ook nog dank u wel zeggen ...
BeantwoordenVerwijderenwel goed dat het uiteindelijk gelukt is. nog maar 6 weken dude ! we kijken uit naar je verhalen